  
tekst
Jacques Van den Bogaerde
regie
Kamiel van Reeth
spel
Luc Bossuyt
Roos Vincke
Antoon Ravelingien
Liliane Steelandt
Milo Pieters
Walter Coucke
Kristien Ramault
Albert Vandecraeyenest
Dees Breda
Piet Ravelingien
Regine Vandenbogaerde
Christine Degraeve
Eric Declercq
Leon Bossuyt
muziek
Rudi Merlin
ballet
Rita Van Assche
Wivine Van Assche
Wilfriede Van Assche
Regina Baert
Freddy Rotsaert
o.l.v. Tonia Bols
|

19, 20 en 21 april 1973 —
St.-Annakerk
Nicodemus, een doctor in de
theologie; Magdalena, een gewezen prostituee; Judas, een hippie die zijn
meester verraden heeft en Claudio Procula, de behoorlijke echtgenote van
Pilatus, spreken bij de gouverneur ten beste voor Jezus, niettegenstaande
dat wordt de profeet, ingevolgde de zwakheid van de gouverneur, toch tot
de doodstraf veroordeeld.
Nadat de kruisdood wordt
gesuggereerd door het ballet van de dood, krijgen we het tweede tafereel,
dat wordt gespeeld in een kroeg, die wordt uitgebaat door Jocabeth,
echtgenote van Judas.
Judas komt er zijn vrouw
opzoeken en wanneer hij ook bij haar geen gehoor meer vindt, verhangt hij
zich op de koer van de herberg. Intussen vertelt een officier van het
bezettende leger aan de boef Barrabas, dat Jezus op de derde dag uit de
dood zal opstaan.
Het derde tafereel is dat
van de verrijzenis. Het ballet van de verrijzenis is een enig mooie
slotscène tussen Jezus en Magdalena en bekronen dit moderne passiespel,
waarin de van-ouds-bekende-waarheid geen geweld wordt aangedaan. Zij wordt
alleen met de télélens dichterbij gehaald en zij krijgt eigentijdse kleur.
 |