  
tekst
Hans Wiegel
vertaling
Eric Van Ingen
regie
Dees Breda
spel
Piet Ravelingien
Liliane Steelant
Milo Pieters
Eric Declercq
Regine Vandenbogaerde
Bernadette Dejagere–Thermote
Guy Dewaele
|

25 en 29 december 1974 –
Heilig Hartzaal
“… en toen kwam dokter
Frost” is een fijnzinnige satire, misschien niet op het eerste zicht omdat
het vol zit met komische situaties, en dan kan het schaterlachen
natuurlijk niet uitblijven. Maar de ondergrond van het stuk te tekent onze
“moderne” mens zo treffend, dat wie als toeschouwer eerlijk wil zijn, zal
moeten toegeven zijn eigen gebreken te herkennen. Zo gezien zullen er ook
wel zijn die groen gaan lachen. De eersten zullen in dit geval wel de
dokters zijn, die door hun goedkope (dit zeker niet helemaal letterlijk
opvatten) manier van mensen te genezen en gerust te stellen eigenlijk de
trieste bewerkers zijn van een onechte maatschappij, of moeten zij in de
eerste plaats soms niet diegenen zijn die recht door zee gaan?
In de tweede plaats zullen
het de gearriveerden zijn die door hun grootdoenerij met beide voeten van
de grond zijn geraakt.
Wij zijn geneigd te gaan
houden van de hoofdfiguur van het stuk als hij zegt : “Sinds eergisteren
lieg ik zonder ophouden en ik boek succes na succes. Vijf minuten probeer
ik fatsoenlijk te zijn en de waarheid te zeggen en op hetzelfde moment
gelooft niemand me meer.”
Jawel hoor, de mensen willen
bedrogen worden!
    |