  
tekst
Ricardo Talesnik
regie
Julien Van Eeckhoutte
spel
Piet Ravelingien
Regine Vandenbogaerde
Aquina Dewulf
Jacques Degloire
Jan Deleersnyder
Frans Mulier
|

1, 2 en 7 maart 1980 — d’Iefte
De hoofdfiguur Nestor
ontwaakt op een morgen met luiaardskoorts. Hij heeft met een sadistisch
genoegen de wekker laten aflopen, hem na een tijdje afgezet en heeft zich
daarna lekker in bed omgedraaid. Hij gaat niet werken omdat hij geen zin
heeft.
Hij wil nu eens eindelijk
een maandagmorgen beleven, waarop hij beslist wat hij gaat doen of niet
gaat doen. Hij is het beu steeds maar te moeten uitvoeren wat anderen voor
hem hebben bedacht. Hij wil niet meer in het gechronometreerde raderwerk
lopen. Hij wil vooreerst zichzelf zijn en alles doen wat hem te binnen
schiet: ontbijt in bed nemen, een bad nemen, lezen, wandelen, zijn vrouw
graag zien enz…
De mensen uit zijn omgeving
zijn geschrokken. Wanneer echter blijkt dat de luiaardskoorts niet zomaar
wil overgaan, geraken zij in paniek.
Nestor amuseert zich in zijn
luiaardskoorts en zijn moeder, zijn vrouw Martha, zijn collega en
bedrijfspsycholoog voelen alle verweer uit zich wegvloeien. Nestor
triomfeert in zijn stille individuele revolutie. Een zaak wordt echter
vervelend : de luiaardskoorts brengt geen eten op tafel. Nestors ster
begint te tanen aan het firmament, maar hij houdt stand tot op zekere
hoogte…
Vanuit zijn zelf gewilde
uitzonderingspositie heeft Nestor de gelegenheid om het gewone leventje
even fijn over de kam te scheren.
Wij vinden de spiritualiteit
van de Zuidamerikaanse tijdssatire terug. De dagelijkse menselijke
attitudes komen er vrij bedenkelijk uit. Nestor heeft zijn leven tot de
essentie herleid. Alle bindingen met familie, omgeving, werkmilieu worden
gerelativeerd. Alleen Nestor en zijn luiheid blijven over. Maar zelfs dat
krijgt daarom nog geen absolute waarde.
    
|